
De lift komt na wat een eeuwigheid lijkt te duren met een schok tot stilstand. Even verwacht ik dat een moordzuchtige agent de deur opentrekt en me doorboort met een salvo van kogels. Maar het blijft stil en pas als ik mijn oren spits, hoor ik heel in de verte blikkerige geweerschoten. Ik schuif de deur voorzichtig open en kruip naar buiten. Het is hier donker, alsof ik in een kelder terecht ben gekomen en het duurt even voor mijn ogen aan het donker gewend zijn. Mijn hart, dat net nog als een bezetene door mijn borstkas stuiterde, stopt als donderslag bij heldere hemel met kloppen. De grond voor me ligt bezaaid met levenloze lichamen. Lees verder