De wereld fluistert

Ik ben een ochtendmens. Waarom?

Het is vijf uur als mijn wekker gaat. Tegelijkertijd ook totaal overbodig, dat het sluimerende deuntje door de slaapkamer laveert, want ik lig al minstens een uur naar het plafond te staren. Maar toch heb ik gewacht. Gewacht tot het zover was. Vijf uur opstaan heeft iets magisch. Vóór vijf uur uit bed stappen is gewoon krankzinnig. En na vijf uur voelt altijd een beetje nutteloos, alsof ik mijn tijd verdoe aan iets onbeduidends als slaap. Maar vijf uur is precies goed.  Lees verder

De bekentenis

pexels-photo-305239.jpeg

Sporten doe ik ontzettend graag. Met ouderwetse rampestamp-muziek op mijn koptelefoon die me opzweept, daar kan ik echt intens van genieten. Lekker in mijn eentje kijken hoe mijn spieren bewegen terwijl ik met gewichten aan de slag ga Fantastisch. Maar ook sporten in groepsverband kan best lekker zijn. Gezelliger ook, even kletsen tussendoor, samen oefeningen uitvoeren. En nadat ik al maandenlang minstens drie tot vier keer in de week intensief aan het sporten ben, vond ik het wel tijd voor een bekentenis. Lees verder

Is dit gruwelijk genoeg?

Er zijn een paar stukken in het verhaal, die wat moeizaam gaan. Deze stukken verdienen tijdens mijn, hopelijk, laatste extreem-kritische-redactie-ronde (koosnaampje voor deze fase: finetunen), mijn onverdeelde aandacht en worden aangepast, herschreven of kortweg geschrapt. Vooral dat laatste gebeurt eigenlijk best vaak. Kill-your-darlings is mijn nieuwe levensmotto. En dat klinkt moeilijker en tijdrovender dan het is, want er komt een hoop lijm- en vervangwerk bij kijken. Zomaar een heel stuk tekst deleten (technisch gesproken knippen en plakken naar het document met de naam ‘Schrapsels-Zoveel-Versie-43’), dat is een absolute no-go.  Lees verder

Over Epica

IMG_0215

Epica beslaat een groot deel van het vroegere Midden-Europa. Epica is een bijzondere staat die schoonheid, natuur en evenwicht hoog in het vaandel heeft staan. Ze wordt ook wel Het Groene Rijk genoemd. Epica heeft naar eigen zeggen geleerd van de fouten die vóór de Overschotoorlog werden gemaakt.  Lees verder

Brandende vrouw op de weg

Tristan moet uitwijken voor een vrouw die volledig gehuld in vlammen de straat opvalt. Ze schokt heen en weer en verschrompelt als een plastic fles in een kampvuur. ‘De overheid heeft jouw uitslagen om een reden voor je verborgen gehouden. Ik weet niet wat ze van plan waren, maar ik kan me niet voorstellen dat hun bedoelingen nobel waren.’  Lees verder

Mijn eerste pre-recensie

Inmiddels viert mijn boek Zomernacht al haar vierde verjaardag. Zo’n beetje op de kop af is het precies vier jaar geleden dat ik met een schrijfblokje in het zonnetje op het gras van het Noorderplantsoen ging zitten en de eerste verhaallijnen op papier verschenen. Onder de werktitel Het Tweede Seizoen, toen nog. Eerste zin: ‘Het verhaal speelt zich af in de verre toekomst, vele jaren en generaties vanaf nu.’ Niet echt een literair hoogstandje, maar een mooi begin.  Lees verder

When you steal a kiss or two

Zijn hand knijpt in mijn schouder, langzaam en behoedzaam. Alsof hij iets van plan is om te doen, maar nog twijfelt en zijn opties afweegt. Ineens dringt het tot me door hoe dichtbij hij eigenlijk staat. Ik wil een stap achteruit zetten, om wat meer zuurstof tussen ons in te krijgen, maar op de één of andere manier weigert mijn lichaam te bewegen. Hij kijkt me recht aan en tuurt zoekend in mijn ogen.  Lees verder

Stilte voor de storm

Wanneer de sluimerende mist van pijn en misselijkheid wegtrekt, is het eerste wat ik hoor de typische zuigende geluiden van zuurstofmachines en eentonige piepjes van andere medische apparatuur. Ik herken de geluiden uit onze slaapzaal in de Dorm en raak een fractie van een seconde in paniek. Maar direct daarna daalt er een warme rust over me heen. Ik ben terug. Het was allemaal een droom.  Lees verder

Een bloedbad

De lift komt na wat een eeuwigheid lijkt te duren met een schok tot stilstand. Even verwacht ik dat een moordzuchtige agent de deur opentrekt en me doorboort met een salvo van kogels. Maar het blijft stil en pas als ik mijn oren spits, hoor ik heel in de verte blikkerige geweerschoten. Ik schuif de deur voorzichtig open en kruip naar buiten. Het is hier donker, alsof ik in een kelder terecht ben gekomen en het duurt even voor mijn ogen aan het donker gewend zijn. Mijn hart, dat net nog als een bezetene door mijn borstkas stuiterde, stopt als donderslag bij heldere hemel met kloppen. De grond voor me ligt bezaaid met levenloze lichamen. Lees verder