Is dit gruwelijk genoeg?

Er zijn een paar stukken in het verhaal, die wat moeizaam gaan. Deze stukken verdienen tijdens mijn, hopelijk, laatste extreem-kritische-redactie-ronde (koosnaampje voor deze fase: finetunen), mijn onverdeelde aandacht en worden aangepast, herschreven of kortweg geschrapt. Vooral dat laatste gebeurt eigenlijk best vaak. Kill-your-darlings is mijn nieuwe levensmotto. En dat klinkt moeilijker en tijdrovender dan het is, want er komt een hoop lijm- en vervangwerk bij kijken. Zomaar een heel stuk tekst deleten (technisch gesproken knippen en plakken naar het document met de naam ‘Schrapsels-Zoveel-Versie-43’), dat is een absolute no-go.  Lees verder

Mijn eerste pre-recensie

Inmiddels viert mijn boek Zomernacht al haar vierde verjaardag. Zo’n beetje op de kop af is het precies vier jaar geleden dat ik met een schrijfblokje in het zonnetje op het gras van het Noorderplantsoen ging zitten en de eerste verhaallijnen op papier verschenen. Onder de werktitel Het Tweede Seizoen, toen nog. Eerste zin: ‘Het verhaal speelt zich af in de verre toekomst, vele jaren en generaties vanaf nu.’ Niet echt een literair hoogstandje, maar een mooi begin.  Lees verder

When you steal a kiss or two

Zijn hand knijpt in mijn schouder, langzaam en behoedzaam. Alsof hij iets van plan is om te doen, maar nog twijfelt en zijn opties afweegt. Ineens dringt het tot me door hoe dichtbij hij eigenlijk staat. Ik wil een stap achteruit zetten, om wat meer zuurstof tussen ons in te krijgen, maar op de één of andere manier weigert mijn lichaam te bewegen. Hij kijkt me recht aan en tuurt zoekend in mijn ogen.  Lees verder

Stilte voor de storm

Wanneer de sluimerende mist van pijn en misselijkheid wegtrekt, is het eerste wat ik hoor de typische zuigende geluiden van zuurstofmachines en eentonige piepjes van andere medische apparatuur. Ik herken de geluiden uit onze slaapzaal in de Dorm en raak een fractie van een seconde in paniek. Maar direct daarna daalt er een warme rust over me heen. Ik ben terug. Het was allemaal een droom.  Lees verder

Een bloedbad

De lift komt na wat een eeuwigheid lijkt te duren met een schok tot stilstand. Even verwacht ik dat een moordzuchtige agent de deur opentrekt en me doorboort met een salvo van kogels. Maar het blijft stil en pas als ik mijn oren spits, hoor ik heel in de verte blikkerige geweerschoten. Ik schuif de deur voorzichtig open en kruip naar buiten. Het is hier donker, alsof ik in een kelder terecht ben gekomen en het duurt even voor mijn ogen aan het donker gewend zijn. Mijn hart, dat net nog als een bezetene door mijn borstkas stuiterde, stopt als donderslag bij heldere hemel met kloppen. De grond voor me ligt bezaaid met levenloze lichamen. Lees verder

De dode moeder

Ik was negen toen mijn moeders capsule na de coma leeg was. De klep stond helemaal open, uitnodigend voor iedereen die er maar in wilde kruipen. De witte lakens waren netjes opgevouwen, het kussen lag er bovenop en het matras was kaal, vaal bruin. Alsof er nooit iemand in gelegen had. Ik was nog jong, maar ik weet het nog als de dag van gisteren. De leegte van haar afwezigheid was zo plotseling, dat ik even dacht dat ik haar bestaan volledig gedroomd had. Lees verder

Een zwoele zomeravond

Het is fantastisch om weer buiten te zijn. Al bij de eerste ademteug lijken al mijn neerslachtige gevoelens weg te vliegen uit het wespennest dat zich Noëlles Brein noemt. Geuren van bessen, nat gras en zoete bloesem nestelen zich in mijn neus, ik proef het gevlekte oranje zonlicht dat zich dapper een weg baant langs dikke boomstammen en struikgewas. Het gezang van vogels doet mijn hart dansen door mijn borstkas.  Lees verder

Zomernacht: een introductie

Zomernacht speelt zich af de 23ste eeuw. Noëlle Rodin is zeventien. Ze is een eigenzinnige en opstandige tiener die middenin haar pubertijd zit en tot haar kruin aan toe gevuld is met onbekende emoties en onzekerheden. Ze woont in het dorpje vlakbij Nova, helemaal bovenin Epica. Samen met haar tweelingbroer Thomas en haar vader slijten ze hun dagen in de, voor hen, eeuwigdurende winter. Haar buurmeisje Elvira is het beste vriendin, met wie ze alles deelt wat ze met Thomas niet kan delen.  Lees verder

Vijftig tinten dubieus

Ik val maar gelijk met de deur in huis, met schaamrood op mijn kaken en koud zweet in mijn handpalmen: ik ben ook voor de bijl gegaan. Ik ben schoorvoetend naar de boekhandel gelopen en heb de hele serie in één keer aangeschaft. Het was zo gedaan. Ze lagen voorin de winkel, uiteraard. Strak naar de vloer kijkend, – “Mijn God, wat zal die ouwe knakker van een boekverkoper wel niet denken!” – gaf ik de drie paperbacks aan de grijze gestalte achter de balie en trok zonder naar het bedrag te kijken mijn pinpas.  Lees verder

De slag om het lichaam

Er was eens, in een stad niet eens zo ver van de onze, een oorlogsstrijder. Een strijder die niet zou zwichten tot hij zijn doel had bereikt. Weer of geen weer, hij ging op jacht. Gewapend met zijn lichamelijke toebehoren wist hij wat hij wilde. Wraak op alles wat leefde. Liefde kende hij niet en zijn levenslijn was niet veelbelovend lang. Daarom leefde hij iedere dag, of het zijn laatste was. Lees verder