De wereld fluistert

Ik ben een ochtendmens. Waarom?

Het is vijf uur als mijn wekker gaat. Tegelijkertijd ook totaal overbodig, dat het sluimerende deuntje door de slaapkamer laveert, want ik lig al minstens een uur naar het plafond te staren. Maar toch heb ik gewacht. Gewacht tot het zover was. Vijf uur opstaan heeft iets magisch. Vóór vijf uur uit bed stappen is gewoon krankzinnig. En na vijf uur voelt altijd een beetje nutteloos, alsof ik mijn tijd verdoe aan iets onbeduidends als slaap. Maar vijf uur is precies goed.  Lees verder

Brandende vrouw op de weg

Tristan moet uitwijken voor een vrouw die volledig gehuld in vlammen de straat opvalt. Ze schokt heen en weer en verschrompelt als een plastic fles in een kampvuur. ‘De overheid heeft jouw uitslagen om een reden voor je verborgen gehouden. Ik weet niet wat ze van plan waren, maar ik kan me niet voorstellen dat hun bedoelingen nobel waren.’  Lees verder

Nietsziende ogen staren de leegte in

Wanneer ik schrijf, staat er een hele rits aan websites open. Met in ieder geval het tabblad Synoniemen.net op één (kan ik echt niet zonder) en daarnaast wisselende tabbladen die zoekresultaten laten zien van Google. Over de zoete geur tijdens warme zomerdagen in naaldbossen, bijvoorbeeld. Wist je dat dit komt door etherische oliën die uitgewasemd worden door dennenbomen? Ik inmiddels wel.  Lees verder

Mijn eerste pre-recensie

Inmiddels viert mijn boek Zomernacht al haar vierde verjaardag. Zo’n beetje op de kop af is het precies vier jaar geleden dat ik met een schrijfblokje in het zonnetje op het gras van het Noorderplantsoen ging zitten en de eerste verhaallijnen op papier verschenen. Onder de werktitel Het Tweede Seizoen, toen nog. Eerste zin: ‘Het verhaal speelt zich af in de verre toekomst, vele jaren en generaties vanaf nu.’ Niet echt een literair hoogstandje, maar een mooi begin.  Lees verder

When you steal a kiss or two

Zijn hand knijpt in mijn schouder, langzaam en behoedzaam. Alsof hij iets van plan is om te doen, maar nog twijfelt en zijn opties afweegt. Ineens dringt het tot me door hoe dichtbij hij eigenlijk staat. Ik wil een stap achteruit zetten, om wat meer zuurstof tussen ons in te krijgen, maar op de één of andere manier weigert mijn lichaam te bewegen. Hij kijkt me recht aan en tuurt zoekend in mijn ogen.  Lees verder

Stilte voor de storm

Wanneer de sluimerende mist van pijn en misselijkheid wegtrekt, is het eerste wat ik hoor de typische zuigende geluiden van zuurstofmachines en eentonige piepjes van andere medische apparatuur. Ik herken de geluiden uit onze slaapzaal in de Dorm en raak een fractie van een seconde in paniek. Maar direct daarna daalt er een warme rust over me heen. Ik ben terug. Het was allemaal een droom.  Lees verder

Een bloedbad

De lift komt na wat een eeuwigheid lijkt te duren met een schok tot stilstand. Even verwacht ik dat een moordzuchtige agent de deur opentrekt en me doorboort met een salvo van kogels. Maar het blijft stil en pas als ik mijn oren spits, hoor ik heel in de verte blikkerige geweerschoten. Ik schuif de deur voorzichtig open en kruip naar buiten. Het is hier donker, alsof ik in een kelder terecht ben gekomen en het duurt even voor mijn ogen aan het donker gewend zijn. Mijn hart, dat net nog als een bezetene door mijn borstkas stuiterde, stopt als donderslag bij heldere hemel met kloppen. De grond voor me ligt bezaaid met levenloze lichamen. Lees verder

De dode moeder

Ik was negen toen mijn moeders capsule na de coma leeg was. De klep stond helemaal open, uitnodigend voor iedereen die er maar in wilde kruipen. De witte lakens waren netjes opgevouwen, het kussen lag er bovenop en het matras was kaal, vaal bruin. Alsof er nooit iemand in gelegen had. Ik was nog jong, maar ik weet het nog als de dag van gisteren. De leegte van haar afwezigheid was zo plotseling, dat ik even dacht dat ik haar bestaan volledig gedroomd had. Lees verder

Een zwoele zomeravond

Het is fantastisch om weer buiten te zijn. Al bij de eerste ademteug lijken al mijn neerslachtige gevoelens weg te vliegen uit het wespennest dat zich Noëlles Brein noemt. Geuren van bessen, nat gras en zoete bloesem nestelen zich in mijn neus, ik proef het gevlekte oranje zonlicht dat zich dapper een weg baant langs dikke boomstammen en struikgewas. Het gezang van vogels doet mijn hart dansen door mijn borstkas.  Lees verder

Zomernacht: een introductie

Zomernacht speelt zich af de 23ste eeuw. Noëlle Rodin is zeventien. Ze is een eigenzinnige en opstandige tiener die middenin haar pubertijd zit en tot haar kruin aan toe gevuld is met onbekende emoties en onzekerheden. Ze woont in het dorpje vlakbij Nova, helemaal bovenin Epica. Samen met haar tweelingbroer Thomas en haar vader slijten ze hun dagen in de, voor hen, eeuwigdurende winter. Haar buurmeisje Elvira is het beste vriendin, met wie ze alles deelt wat ze met Thomas niet kan delen.  Lees verder