Sprookje van 31c

Achter ons huis is een hofje. Een schattig hofje, met van die koddige kleine huisjes, gedetailleerd versierde windveren en antieke lantaarntjes tegen de gevels. Het wordt allemaal ontzettend goed bijgehouden en intensief verzorgd. Wanneer de lente de winter aflost, verandert het hele hofje in een bloemenzee. De bloesem van een kleine appelboom in het midden van het hofje spant de troon en doet de schoonheid van de tulpen en narcissen bijna verwelken. Wanneer de maanden doorlopen, staat er steeds een andere eyecatcher te schreeuwen om aandacht. Grote rode pioenrozen, uitbundige witte geraniums en parmantige zonnebloemen. Vanuit mijn keukenraam zie ik alles voorbijkomen.

Een genot voor mijn natuurliefhebbende oog, zou je denken. Maar er is één factor aanwezig, die mijn ergernis zinnenprikkelend aanwakkert. De vrouw van nummer 31C. Wanneer ik ook door mijn keukenraam naar buiten kijk, ’s morgens vroeg als ik mijn ontbijtje klaarmaak, op mijn vrije middag, of ’s avonds, als ik druk bezig ben met het avondeten: ze is er altijd. Wanneer de eerste zonnestralen van het voorjaar de bloemen en planten laten ontwaken, stapt zij de deur uit en nestelt zich met een krantje en een glas limonade op haar plastic stoeltje voor de deur.

Soms tuurt ze over een kop hete thee voor zich uit, ogenschijnlijk gelukkig mijmerend over de zin en onzin van het leven en soms lijkt ze helemaal verdiept in een gratis krantje als de Gezinsbode. Maar wat ze ook doet, wat ze ook leest en wat ze ook eet of drinkt: alles gebeurt buiten op dat witte uitklapbare stoeltje voor de deur. Wanneer ze in beweging komt, wil ze nog wel eens wat friemelen in het rozenperkje, of met een gietertje langs haar hyacintjes lopen. En hoewel ik haar helemaal niet ken, heb ik toch een gruwelijke hekel aan haar.

Haar aanwezigheid als bron van ergernis

Misschien is het haar manier van lopen, de wijze waarop ze met haar handen wappert wanneer ze babbelt met een buurman of dat ik me erger aan haar witte stoeltje waarop ze uren achtereen op dezelfde manier kan zitten zonder ook maar één keer van bil te wisselen. Ik kan er de vinger niet op leggen, maar mijn ergernis voor mevrouw 31C kent inmiddels geen grenzen meer. Het feit dat ze er altijd is en ik haar altijd moet zien als ik uit mijn keukenraam kijk, irriteert me mateloos. En zeker nu de dagen van de zomer prachtig weer geven en de zwoele zomeravonden nog tot ver na bedtijd kunnen duren, wordt mijn irritatie buitenproportioneel gevoed met haar aanwezigheid.

En waarom? Ik heb geen flauw idee. Ik weet niet hoe ze heet, hoe haar woonkamer eruit ziet, waar ze vandaan komt of hoe oud ze is. Totaal ongegrond dus, zijn mijn gevoelens. Om mijn ongenoegen jegens haar een goede fundering te geven, heb ik haar een eigen leven gegeven. Haar hele karakter, haar geschiedenis en haar gezinssituatie heb ik tot in de puntjes erbij gefantaseerd. Ze heeft kort grijs haar, dus volgens mij heet ze Hermien of Henriëtte. Ze loopt altijd heel erg recht en kan heel goed stilzitten, dus ik denk dat ze de dochter is van een predikant of een pastoor. Omdat ze altijd maar voor huis zit en nooit een keer de deur uitgaat voor werk, vriendinnen of het pakken van een bioscoopje, denk ik dat ze een rijke opvoeding heeft gekend, waarin alles voor haar gedaan werd door dienstmeisjes en butlers. Doordat ze zoveel krantjes leest, denk ik dat ze er heilig van overtuigd is dat ze de kennis in pacht heeft. Ze weet alles beter, heeft overal een mening over en denkt precies te weten hoe wereldleiders als Obama de economische crisis op kunnen lossen. Daarnaast winkelt ze bij de Jumbo om de hoek, en ze heeft altijd haar mening klaar over de kwaliteit van de bananen en de fouten in het bestelsysteem van de winkel.

Wie ik denk dat ze is

Ze is een jaar of twintig geleden door een ongelukje in de bijstand terecht gekomen. Misschien was ze lerares of secretaresse en is ze door een langdurig aanhoudende kwaal als een ingegroeide teennagel of een hardnekkige steenpuist in aanraking gekomen met de ziektewet. Dat lekker thuis zitten, de hele dag wat aanmodderen en het verschonen van de kattenbak beviel haar zo goed, dat ze zich heeft laten afkeuren. Dat was destijds nog iets makkelijker dan nu, dus ze is via wat goed acteerwerk waarschijnlijk door de mazen van de wet geglipt. En nu, twee decennia later, zit ze in haar snoezige huurhuisje op het hofje. De verveling heeft nog steeds niet toegeslagen en ze aanbidt de zomers. Nooit meer werken, nooit meer iets moeten doen, nooit meer gezeur van collega’s. Met de krant, de limonade en het broodje kaas prijst ze zich ultiem gelukkig, zo in het warme zonnetje op haar plastic stoeltje voor de deur. Ze mag dan nog zo gelukkig lijken, in mijn ogen is ze gewoon hondslui. Ik heb al bij voorbaat een enorme hekel aan haar gezeur over het assortiment van de supermarkt en het geklaag over de stratenmakers die de tegels van de stoep van een opknapbeurt voorzien.

Ken je dat gevoel dat je heel graag in je eigen waan wilt blijven hangen. Dat wanneer iemand tegen je zegt: “wil je het echt weten?” jij hardgrondig antwoordt met:  “nee, absoluut niet!”. Dat je weet dat je een illusie armer wordt, wanneer je de echte waarheid achterhaalt? Dat gevoel dat je had toen je er op je achtste achter kwam dat Sinterklaas de verkleedde groenteboer was en de goedheiligman dus helemaal niet bestond? Dat gevoel dat je erachter komt dat de waarheid soms écht keihard is? Om al die voor de hand liggende redenen ga ik dus maar niet bij haar langs om erachter te komen of mijn fantasietje gegrond of niet is.

Hekelen met liefde

Want weet je wat het is? Ik hoef mevrouw 31C helemaal niet te kennen. Ik wil me gewoon groen en geel aan haar ergeren. Ik wil aan mijn vriendinnen kunnen vertellen hoe stom dat mens van 31C is, omdat ze altijd maar buiten zit en niks wezenlijks toevoegt aan deze maatschappij. Het werkt namelijk best bevrijdend, om iemand niet te kennen en al je frustraties die opbouwt gedurende de dag op haar te botvieren. Een soort stressballetje, een plaatsvervanger voor de fietser die je niet voor laat gaan op het zebrapad, een stand-in voor de helpdeskmedewerker die je zwaar ongeïnteresseerd vertelt dat je naar je geld kunt fluiten. Voor al die momenten dient de mevrouw van 31C. Zij is mijn muze voor alle decepties van de dag.

Hermien of Hernriette moet gewoon lekker blijven zitten waar ze zit. Zodat ik iedere zomer weer, wanneer het hele hofje een walhalla betekent voor hommels, bijen, roodborstjes en kwikstaartjes, ik kan afgeven op dat ‘stomme luie mens van 31C’. En ik ’s ochtends kan denken: ‘oh, mijn hemel, daar zit ze weer, hoor!’. Het breekt zo lekker mijn perfecte en gelukzalige gevoel van lente- en zomerkriebels. En ze is zo’n bevrijdende back-up voor mijn ergernissen.

Achter ons huis is een hofje. Een schattig hofje met van die koddige kleine huisjes. En in één van de kneuterige huisjes woont een hele irritante vrouw. Ze is hondslui, zeurt veel te graag, zit altijd maar op een plastic stoeltje voor de deur. En ze heet Hermien. Of Henriëtte. Het is gewoon bijna een sprookje. Geweldig toch.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s