De dode moeder

Ik was negen toen mijn moeders capsule na de coma leeg was. De klep stond helemaal open, uitnodigend voor iedereen die er maar in wilde kruipen. De witte lakens waren netjes opgevouwen, het kussen lag er bovenop en het matras was kaal, vaal bruin. Alsof er nooit iemand in gelegen had. Ik was nog jong, maar ik weet het nog als de dag van gisteren. De leegte van haar afwezigheid was zo plotseling, dat ik even dacht dat ik haar bestaan volledig gedroomd had. Lees verder

Een zwoele zomeravond

Het is fantastisch om weer buiten te zijn. Al bij de eerste ademteug lijken al mijn neerslachtige gevoelens weg te vliegen uit het wespennest dat zich Noëlles Brein noemt. Geuren van bessen, nat gras en zoete bloesem nestelen zich in mijn neus, ik proef het gevlekte oranje zonlicht dat zich dapper een weg baant langs dikke boomstammen en struikgewas. Het gezang van vogels doet mijn hart dansen door mijn borstkas.  Lees verder

Zomerochtend – een fragment

Summergirls_3

Sinds de Overschotoorlog, een paar generaties geleden, is er door de overheid besloten om alle inwoners van de staat Unde in te delen in twee verschillende jaargetijden. De Zomerlingen leven tijdens de zomer en wij, de Winterlingen, tijdens de winter. De overige zes maanden brengen we in coma door in de Dorm. Op deze manier kan de overheid ons garanderen dat we een rustig en zorgeloos leven kunnen leiden in een veilige en geordende maatschappij.De zomer is voor mij altijd iets geweest als Venus. Ik wist dat het bestond, maar had er totaal geen beeld bij. Tot het moment dat ik te vroeg wakker werd en de gebeeldhouwde jongen met de pure chocoladeogen me hielp ontsnappen uit de Dorm.

Lees verder