Een hemelsblauwe kaft en een simpel zwart wolkje met Een Weeffout in onze Sterren er slordig in gekrabbeld. Meer is het eigenlijk niet. Maakt het me nieuwsgierig? Ja. Vind ik het mooi? Nee. Maar het is toch wel precies zoals bij mensen: het gaat om de inhoud. En daarmee zit het helemaal goed bij Een Weeffout in onze Sterren. En oh. Mijn. God. Wat heb ik me de ogen uit mijn kop gejankt.
Maand: maart 2015
Goed gesprek op papier
De dialoog kan een behoorlijk lastig element zijn in het schrijven van je verhaal. Het moet overkomen als een natuurlijk gesprek, zonder dat het een onsamenhangend straattaaltje wordt. Door wat er gezegd wordt, moet de persoonlijkheid van de personages naar voren komen, maar menselijke tekortkomingen in het taalgebruik of onbegrijpelijke dialecten, zijn meestal (lees: vaak) uit den boze. Het moet een weerspiegeling zijn van de werkelijkheid. En de dialoog moet zeker wel wat toevoegen aan het verhaal.
Gevoelige Snaar
Ik sta met één been losjes op de stang voor de bar tegen het donkerbruine hout aangeleund. Tussen mijn wijsvinger en duim heb ik een briefje van tien geklemd waarmee ik heen en weer zwaai, mijn ogen borend in de rug van de barman die mij vakkundig lijkt te negeren. Ik heb er een hekel aan om op deze manier aan een biertje te komen, alsof ik in een omgekeerde wereld beland ben waarbij de barman de koning is en ik de dienstverlener.
Mag ik even binnenkijken?
Vroeger, toen ik buiten ging spelen met mijn broertje, liepen we vaak langs het ‘heksenhuisje’. Een allerschattigst huisje in de straat naast de onze. Een goudgeel rieten dak, kleine ruitjes in blauwe kozijnen en een golvend paadje naar de blauwe houten voordeur. Voor het huisje stond een wit houten hekje. Het huisje kwam rechtstreeks uit ons favoriete sprookje ‘Hans en Grietje’. Alleen dan zonder het snoep op de gevel.


