
Er zijn een paar stukken in het verhaal, die wat moeizaam gaan. Deze stukken verdienen tijdens mijn, hopelijk, laatste extreem-kritische-redactie-ronde (koosnaampje voor deze fase: finetunen), mijn onverdeelde aandacht en worden aangepast, herschreven of kortweg geschrapt. Vooral dat laatste gebeurt eigenlijk best vaak. Kill-your-darlings is mijn nieuwe levensmotto. En dat klinkt moeilijker en tijdrovender dan het is, want er komt een hoop lijm- en vervangwerk bij kijken. Zomaar een heel stuk tekst deleten (technisch gesproken knippen en plakken naar het document met de naam ‘Schrapsels-Zoveel-Versie-43’), dat is een absolute no-go. Lees verder
Zijn hand knijpt in mijn schouder, langzaam en behoedzaam. Alsof hij iets van plan is om te doen, maar nog twijfelt en zijn opties afweegt. Ineens dringt het tot me door hoe dichtbij hij eigenlijk staat. Ik wil een stap achteruit zetten, om wat meer zuurstof tussen ons in te krijgen, maar op de één of andere manier weigert mijn lichaam te bewegen. Hij kijkt me recht aan en tuurt zoekend in mijn ogen. 




Ik val maar gelijk met de deur in huis, met schaamrood op mijn kaken en koud zweet in mijn handpalmen: ik ben ook voor de bijl gegaan. Ik ben schoorvoetend naar de boekhandel gelopen en heb de hele serie in één keer aangeschaft. Het was zo gedaan. Ze lagen voorin de winkel, uiteraard. Strak naar de vloer kijkend, – “Mijn God, wat zal die ouwe knakker van een boekverkoper wel niet denken!” – gaf ik de drie paperbacks aan de grijze gestalte achter de balie en trok zonder naar het bedrag te kijken mijn pinpas.
