
Er zijn een paar stukken in het verhaal, die wat moeizaam gaan. Deze stukken verdienen tijdens mijn, hopelijk, laatste extreem-kritische-redactie-ronde (koosnaampje voor deze fase: finetunen), mijn onverdeelde aandacht en worden aangepast, herschreven of kortweg geschrapt. Vooral dat laatste gebeurt eigenlijk best vaak. Kill-your-darlings is mijn nieuwe levensmotto. En dat klinkt moeilijker en tijdrovender dan het is, want er komt een hoop lijm- en vervangwerk bij kijken. Zomaar een heel stuk tekst deleten (technisch gesproken knippen en plakken naar het document met de naam ‘Schrapsels-Zoveel-Versie-43’), dat is een absolute no-go. Lees verder

Ik val maar gelijk met de deur in huis, met schaamrood op mijn kaken en koud zweet in mijn handpalmen: ik ben ook voor de bijl gegaan. Ik ben schoorvoetend naar de boekhandel gelopen en heb de hele serie in één keer aangeschaft. Het was zo gedaan. Ze lagen voorin de winkel, uiteraard. Strak naar de vloer kijkend, – “Mijn God, wat zal die ouwe knakker van een boekverkoper wel niet denken!” – gaf ik de drie paperbacks aan de grijze gestalte achter de balie en trok zonder naar het bedrag te kijken mijn pinpas.
Samen weten Google en ik alles. We vullen elkaar enorm goed aan en hij staat ieder moment van de dag klaar om antwoord te geven op alle prangende vragen die ik heb. Zoals: hoe werkt het gehoorkanaal? Welke soorten ratten leven in de buurt van de zee? Wat zijn de gevaren van drones? Wanneer ben je onderkoeld en wat gebeurt dan allemaal met je lichaam? Wat is toch die prachtige tekst van Pastorale van Ramses Shaffy en Liesbeth List? Google helpt me altijd.




