
Er zijn een paar stukken in het verhaal, die wat moeizaam gaan. Deze stukken verdienen tijdens mijn, hopelijk, laatste extreem-kritische-redactie-ronde (koosnaampje voor deze fase: finetunen), mijn onverdeelde aandacht en worden aangepast, herschreven of kortweg geschrapt. Vooral dat laatste gebeurt eigenlijk best vaak. Kill-your-darlings is mijn nieuwe levensmotto. En dat klinkt moeilijker en tijdrovender dan het is, want er komt een hoop lijm- en vervangwerk bij kijken. Zomaar een heel stuk tekst deleten (technisch gesproken knippen en plakken naar het document met de naam ‘Schrapsels-Zoveel-Versie-43’), dat is een absolute no-go. Lees verder


Zijn hand knijpt in mijn schouder, langzaam en behoedzaam. Alsof hij iets van plan is om te doen, maar nog twijfelt en zijn opties afweegt. Ineens dringt het tot me door hoe dichtbij hij eigenlijk staat. Ik wil een stap achteruit zetten, om wat meer zuurstof tussen ons in te krijgen, maar op de één of andere manier weigert mijn lichaam te bewegen. Hij kijkt me recht aan en tuurt zoekend in mijn ogen. 

Samen weten Google en ik alles. We vullen elkaar enorm goed aan en hij staat ieder moment van de dag klaar om antwoord te geven op alle prangende vragen die ik heb. Zoals: hoe werkt het gehoorkanaal? Welke soorten ratten leven in de buurt van de zee? Wat zijn de gevaren van drones? Wanneer ben je onderkoeld en wat gebeurt dan allemaal met je lichaam? Wat is toch die prachtige tekst van Pastorale van Ramses Shaffy en Liesbeth List? Google helpt me altijd.

